Onderhoud
Controleer de velgen alvorens een band te monteren. De velgen dienen roestvrij en onbeschadigd te zijn en geen tekenen van slijtage of breuk te vertonen. Vooral de velgrand verdient een zorgvuldige inspectie. Aangeraden wordt om altijd nieuwe ventielen te gebruiken wanneer een nieuwe band zonder binnenband wordt gemonteerd en een nieuwe binnenband met slip bij banden met binnenband. De toepassing van nieuwe ventieldoppen beschermt de ventielen tegen stof, vuil en vocht en voorkomt daardoor eventueel verlies van lucht. Gebruik als smeermiddel uitsluitend smeermiddelen op basis van plantaardige, vluchtige olie, of speciaal voor het monteren van banden geschikte smeermiddelen. Controleer de positie van de referentielijn ten opzichte van de velgrand voor een correcte uitlijning.
Omdat het heel belangrijk is dat de binnenrand van de band correct om de velgrand zit, kan het noodzakelijk zijn de band op te pompen tot de maximale "montage" spanning, zodat de band zich op juiste wijze rond de velg "settelt". De maximaal toegestane "montage" bandenspanning is 150% van de maximale nominale bandenspanning van de band, maar mag de 10 bar niet overschrijden. Na montage van de banden dient de bandenspanning weer terug gebracht te worden naar de gangbare waarde. Pomp de banden op in overeenstemming met de door de fabrikant aangegeven standaard en de wettelijke richtlijnen met betrekking tot veiligheid.
Profieldiepte
In alle landen van de EG is een minimale profieldiepte van 1,6mm verplicht. Minimaal drie kwart van het middendeel van de gehele band dient deze minimale profieldiepte te hebben. Alle vrachtwagen- en busbanden zijn op verschillende plekken rond de omtrek voorzien van TWI's (Tread Wear Indicators: loopvlak slijtage indicatoren). Deze indicatoren bevinden zich in de grootste groeven van het loopvlakpatroon op een hoogte van 1,6mm vanaf de bodem van de groef.



